Zaterdag 23 mei 2015

Het is zover, voor het eerst is dit jaar de auto volgeladen om vriend Karper achter de schubben aan te zitten. Vanwege een hopeloze thuissituatie, waar ik niet dieper op in zal gaan, ben ik min of meer noodgedwongen om een paar dagen weg te gaan. Dat wordt dan maar vissen. Het materiaal is nog niet helemaal in orde, ik mis bijvoorbeeld nog de bodem van de rubberboot. Die is na de brand in de loods door de schoonmaakploeg weggegooid en door de omstandigheden heb ik nog steeds geen nieuwe kunnen aanschaffen. Het gaat me echter niet tegenhouden want nadat we vorige week de onderwater camera hebben getest, hebben we flink wat Karper gespot én gefilmd. Dat laat het vissershart natuurlijk sneller kloppen en om die reden heb ik er eigenlijk ook wel zin in om te gaan. Ik zie wel hoe het varen gaat zonder bodem. ’s Middags ga ik naar de loods om alle spullen uit te zoeken. Het gereedschap gaat uit de auto en de visspullen gaan er in. Al snel is de auto afgeladen en dan heb ik nog geeneens de volgboot bij me met de elektromotor en de loodzware accu. Ik had gedacht tegen de blokkendam aan te gaan leggen zodat ik op die manier geen volgboot nodig heb. Snel doe ik nog wat boodschappen waarna ik me thuis omkleed en nog wat laatste kleding inpak. Ik zeg de kinderen gedag en meldt nog dat ik maandag rond de avond weer terug ben.

Het is 18:00 uur wanneer ik bij de jachthaven De Ventjager in Den Bommel arriveer. Ik meld me netjes bij de havenmeester om voor het gebruik van de trailerhelling te betalen, dat kost 3 euro. Normaal gesproken is Willemstad met jachthaven De Batterij de uitvalsbasis maar nadat ik hier twee weken geleden met Marco voor het eerst kwam, om de onderwater camera te testen en een stuk te gaan varen, wisten we eigenlijk meteen dat dit de nieuwe uitvalsbasis zou gaan worden. Het is flink korter varen naar bijvoorbeeld De Stiekeme Stek, het is er veel rustiger vanwege de veel mindere toeloop en het is er veel kleinschaliger. Daarnaast is Den Bommel een stuk minder toeristisch dan Willemstad. De rubberboot wordt manueel opgepompt omdat de sigarettenaansteker te zwak is voor de elektrische pomp. Alles wordt ingeladen en daarna kan er koers gezet worden naar de visgronden.

Het is 19:00 uur geweest wanneer ik aankom. Zonder bodem varen is bepaald geen pretje en het ging dan ook tergend langzaam in mijn beleving. De boot wil zonder kiel niet in plané en dat kost door de extra weerstand erg veel tijd. Enfin, langzaam maar zeker denk ik dan maar.

Als eerste positioneer ik de rodpod op de strekdam waarna ik de hengels in gereedheid breng. Wanneer de lijnen strak staan en het landingsnet en de onthaakmat klaar liggen ga ik verder met de rest. Terwijl ik in de rubberboot bezig ben om alles op zijn plek te leggen komt de eerste aanbeet al. Dat is dus binnen 10 minuten! Het is de rechterhengel die een snoeiharde run te verwerken krijgt. Snel kruip ik uit de opening van de huif en grijp de hengel om vervolgens mijn enkel te verzwikken. Met een kromme hengel in mijn handen kantelt er een basaltblok terwijl ik er op sta. Ik kan ternauwernood voorkomen dat ik struikel en verbijt de pijn terwijl ik de dril aanga. Voor de zekerheid ga ik gehurkt zitten en hoewel dat niet ideaal is lukt het wel. Een paar flinke uitvluchtpogingen en een kwartier later kan het landingsnet onder de vis geschoven worden. Ik kan al meteen zien dat het een hele beste Schubkarper is. Zo best dat ik door het gewicht en mijn pijnlijke enkel nogal moeite heb om de onthaakmat te bereiken. Het is werkelijk een prachtige goudgeel gekleurde Karper die 80 centimeter lang is en een gewicht heeft van maar liefst 34 pond. De eerste vis van het jaar binnen 10 minuten en dan ook nog een persoonlijk record op de grote plons halen, wat een feest! Daar wil ik mijn enkel wel vaker voor verzwikken! De Karper wordt op de foto gezet en er worden wat beelden geschoten voor de aankomende video. Daarna krijgt de vis zijn vrijheid terug. De hengel gaat weer op de rodpod en ik ga weer verder met het in orde brengen van de boot.